Handboek Moestuin

Uitgelicht: bemesting

Bemesten
Met het oogsten verdwijnen met de plant de uit de grond opgenomen voedingsstoffen. Deze moeten worden aangevuld om steeds opnieuw gezonde planten te kunnen oogsten. Bemesten kan met één van de vele vormen van organische mest of kunstmest. Het doel van bemesting is in de eerste plaats het aanvullen van voedingstoffen die door de oogst van groente en fruit verloren is gegaan. Bemesting wordt ook toegepast om de eigenschappen van de grond te verbeteren door bijvoorbeeld het bodemleven te stimuleren, het vochtvasthoudend vermogen te verbeteren en de hoeveelheid humus te vergroten.

Organische meststoffen
Stalmest van koeien bestaat uit uitwerpselen en stro. Koeienmest is een goede leverancier van meststoffen. Hoe ouder de mest, hoe minder voedingsstoffen. Oude, overjarige mest is echter goed te gebruiken als grondverbeteraar en om het humusgehalte te verhogen. Het duurt ongeveer een jaar voordat koeienmest goed is verteerd, maar dan is het ook voor elk gewas te gebruiken. Verse mest kan op de composthoop worden gestort of losjes in de grond worden gewerkt van percelen waar groenten komen die van verse mest houden, zoals kolen. Het nadeel van verse mest is dat het allerlei (verkeerde) insecten zoals veenmollen aantrekt die ook graag van planten(wortels) eten.

Paardenmest bestaat uit uitwerpselen en stro, houtkrullen of zaagsel. Paardenmest geeft warmte af tijdens het verteren en wordt daarom 'warme' mest genoemd. Paardenmest met houtkrullen, houtsnippers of zaagsel is niet geschikt voor de moestuin. Vertering ervan vraagt veel stikstof, vooral als het hardhout betreft, en dat wordt aan de grond en dus aan de planten onttrokken. Mest van geiten en schapen behoort net als die van het paard tot de warme mestsoorten; wat samenstelling en toepassing betreft, heeft het ’t meeste weg van koeienmest. Konijnenmest is een koude, stikstofrijke mest en is heel geschikt voor de composthoop, ter verhoging van het stikstofgehalte. Kippenmest bestaat in de regel uitsluitend uit de uitwerpselen. Kippenmest is een koude mest met hoge concentraties stikstof, fosfor en kalium. Het voedingsgehalte is zo hoog dat kippenmest ongeschikt is om als verse mest te gebruiken, omdat de wortels van de gewassen gemakkelijk kunnen verbranden. Vermenging met een andere mest of met compost voorkomt dit. Klassieke varkensmest van uitwerpselen en stro is alleen nog bij de hobbyboer te vinden. In de bio-industrie worden varkens in roosterstallen gehouden en verdwijnt de mest als drijfmest in giertanks. Deze is niet geschikt voor gebruik in de moestuin. Korrelmest bestaat uit gedroogde dierlijke mest. Gedroogde koemestkorrels zijn de bekendste. Gedroogde mest is geconcentreerder dan de gewone, houd daar rekening mee bij het gebruik. Op de zak staan de toe te passen hoeveelheden aangegeven.

Compost, spaarpot van de tuin
Compost behoort tot de organische meststoffen. Het is rijk aan voedingsstoffen, behalve aan stikstof, dat voor de vertering aan de compost wordt onttrokken. Een extra gift van verse koemest vult een mogelijk tekort aan. Gedroogde (koe-)mestkorrels kan ook. Het composteren van eigen groenafval houdt de kringloop van voedingsstoffen in de moestuin voor een deel in stand. In plaats van al het afval af te voeren, is een composthoop een natuurlijke manier om meststoffen te genereren. Micro-organismen, zoals schimmels en bacteriën, zijn verantwoordelijk voor de compostering en de daarmee gepaard gaande verhoging van de temperatuur. Deze organismen gedijen alleen goed bij voldoende zuurstof en vocht. Door de compostbak regelmatig om te zetten en bij droogte enigszins nat te maken, komt er voldoende zuurstof en vocht in de bak. De temperatuur van de composthoop kan tijdens de compostering oplopen tot zo’n 60 graden. Ziektekiemen en kiemkrachtige onkruidzaden worden hierdoor gedood. Na verloop van een half jaar tot een jaar (afhankelijk van het jaargetijde) is het tuinafval compost geworden en kan het over de moestuin worden verspreid. Nog niet volledig gecomposteerde delen kunnen eruit worden gezeefd. Mee verspreiden kan ook: eenmaal in de open lucht verteren deze delen erg snel.

Groenbemesting
Behalve mest of compost kunnen ook planten worden gezaaid die, zodra ze volwassen zijn, worden ondergeploegd. Deze teelt is uitsluitend bedoeld als levende meststof, om het gehalte aan organische stof in de bodem te verhogen. Daarnaast houden groenbemesters voedingsstoffen vast, verbeteren ze door hun vaak uitgebreide wortelstelsel de bodemstructuur en onderdrukken ze niet-gewenste gewassen (onkruid). Bladrammenas, gele mosterd, rode klaver en Engels raaigras worden vaak als groenbemester ingezet.