Handboek Moestuin

Uitgelicht: ziektes en plagen

In een gezonde bodem, dus met de juiste pH-waarde en een goede waterhuishouding, nemen planten voldoende voedingstoffen op en groeien zo gezond op. Daardoor neemt de weerstand toe en zijn de planten weerbaarder tegen allerlei ziektes en plagen. Maar ondanks het streven naar de optimale omstandigheden zijn ziektes en plagen niet uit te sluiten.
De naamgeving van plantenziekten en –plagen is niet eenvoudig: vrijwel alle plantenziektes en -aandoeningen hebben een Nederlandse naam. Vaak is die erg algemeen (roest) en daarnaast is de ene ‘roest’ de andere niet. Bovendien kent dezelfde aandoening per gewas een andere naam. Grauwe schimmel (Botrytis ssp.) kent vele namen, evenals bladvlekkenziekte. Ook vertonen sommige ziekteverwekkers bij de ene plant heel andere ziektebeelden dan bij een andere plant. Daar komt bij dat insecten, ziekten en schimmels niet kieskeurig zijn in de keuze van hun ‘slachtoffers’.

Met een gezonde bodem (dus veel bodemleven) blijven ziektes en schimmels weg (dus zorg voor goede zuurgraad, voldoende organische stof, goede structuur etc.). Heel veel ziektes zijn overigens te voorkomen met antagonistische micro-organismen die de schadelijke bacterie/schimmel onderdrukken.

Enkele moestuinklassiekers die de moestuinier bijstaan bij de biologische bestrijding van ziekten en plagen:
Brandnetelgier – gegist aftreksel van brandnetelbladeren en -stengels. Verzamel 1 of 2 kilo jonge brandnetels en doe deze in een grote emmer of vat. Voeg per kilo brandnetels 10 liter water en 500 gram suiker toe. Na een paar dagen begint de gisting. De suiker versnelt het gistingsproces. Roer elke dag even in de brij. De belletjes in de vloeistof ontstaan door de gisting. Brandnetelgier stinkt nogal; plaats de emmer dus niet vlakbij huis. Na een dag of tien is de gier klaar: zeef deze en vernevel de vloeistof over planten met bladluizen en andere zuigende insecten. Vergeet ook de onderkant van de bladeren niet: veel insecten houden zich daar schuil. De brandnetels kunnen op de composthoop; leg er meteen wat bovenop, want ze stinken behoorlijk. De suiker in de gier versterkt het gistingsproces, verhoogt het alcoholpercentage en het niet-vergiste deel van de suiker zorgt dat de gier op de bespoten planten blijft kleven. Het is de alcohol die de insecten doodt: alcohol is giftig voor insecten. Nevel tegen de avond: lekker ruiken doet de brandnetelgier immers niet. De volgende dag is de stank weggetrokken.

Kalk – kalk beïnvloedt de pH. Bij een te lage pH, wat bijvoorbeeld blijkt uit een grondtest, kan kalken zinvol zijn. Kalken en bemesten gaan niet altijd goed samen: de kalk kan een reactie aangaan met de zouten uit de meststof, waardoor het doel van het kalken en bemesten teniet wordt gedaan. Kalken kan het beste in de late herfst en de vroege winter. Begin in maart met bemesten, dan is de kalk door de bodem opgenomen. Sommige planten (bonen, wortels, uien, druiven) houden van een kalkrijke grond; een matige kalkgift in de late herfst kan zinvol zijn.

Wespenval – een wespenval is zelf te maken van een fles. Neem een plastic (PET-) fles, snijd deze op driekwart vanaf de onderkant open. Giet een kopje limonade of een andere zoete vloeistof in de fles en doe er een scheutje afwasmiddel bij. Dit verlaagt de oppervlaktespanning van de vloeistof, waardoor de wesp meteen in de vloeistof zakt. Plaats de afgezaagde bovenkant zonder dop omgekeerd in de fles, zodat een fuik ontstaat. Plak de twee delen met tape aan elkaar en plaats de wespenval in de (moes-)tuin. Er zijn ook kant-en-klare wespenvallen te koop: deze zijn voorzien van een lokstof. Deze is vaak biologisch afbreekbaar en werkt drie tot vier weken.

Zeepsop – milieuvriendelijk bestrijdingsmiddel van bladluis. Meng 20 ml zachte zeep met 1 liter water en vernevel daar de te behandelen planten mee. Niet meer actief zodra de vloeistof is opgedroogd. Na vijf tot zeven dagen herhalen. Afwasmiddel en vloeibare handzeep zijn geen zachte zepen; Driehoek Zachte Zeep (NL) en D'Or (B) zijn dat wel. Deze zepen bevatten al behoorlijk wat water, houd daarmee rekening. Gebruik zacht water; hard water ontkracht de werking van zeep. Niet alle planten houden van zeep: lathyrus niet, bijvoorbeeld. In tuincentra wordt zachte zeep als milieuvriendelijk middel aangeboden onder de naam ‘kaliumzouten van vetzuren’.

Zeepspiritus – een klassiek, milieuvriendelijk bestrijdingsmiddel tegen bladluis, spint en witte vlieg. Eenvoudig te maken door 20 ml zachte zeep en 20 ml brandspiritus met 1 liter water te mengen. Vernevelen over de te behandelen planten. Na vijf tot zeven dagen de behandeling herhalen.